20-01-2021 1-14
REGLEMENT VOOR DE PETANQUESPORT (RPS)
Vastgesteld door de reglementencommissie op 20 januari 2021.
INLEIDING
Dit is de officiële Nederlandse vertaling van de spelregels van de petanquesport (het
„Règlement officiel pour le sport de pétanque”). In enkele gevallen worden, voor onder
auspiciën van de NJBB te houden toernooien, afwijkingen op dit reglement toegestaan. De
toegestane afwijkingen vindt u in het toernooireglement petanque van de NJBB.
Waar in dit reglement hij, hem, of zijn wordt gebruikt, mag respectievelijk hij of zij, hem of
haar, of zijn of haar gelezen worden.
ALGEMEEN
Artikel 1 Equipes
Petanque is een sport waarbij partijen worden gespeeld tussen equipes van:
drie spelers en drie spelers (tripletten).
Ook zijn partijen mogelijk tussen:
twee spelers en twee spelers (doubletten); of
één speler en één speler (enkelspel).
Bij tripletten beschikt iedere speler over twee boules. Bij doubletten en enkelspel beschikt
iedere speler over drie boules.
Een andere equipesamenstelling is niet toegestaan.
Artikel 2 Goedgekeurde boules
Petanque wordt gespeeld met door de FIPJP goedgekeurde boules die aan het volgende
voldoen:
1 . Van metaal zijn.
2. Een diameter hebben van ten minste 7,05cm en ten hoogste 8,00cm.
3. Een gewicht hebben van ten minste 650g en ten hoogste 800g.
Bij wedstrijden die uitsluitend toegankelijk zijn voor jeugdspelers die in het betreffende jaar 11
jaar of jonger zijn, zijn boules van 600g en 65mm diameter toegestaan, mits vervaardigd door
een erkende fabrikant.
Het handelsmerk van de fabrikant en het gewicht moeten in de boules zijn gegraveerd en altijd
leesbaar zijn.
Naam en voornaam van de speler, of zijn initialen, mogen ook in de boules worden
gegraveerd, evenals diverse logo’s, acroniemen of andere soortgelijke kenmerken, conform de
voorgeschreven specificaties voor de fabricage.
20-01-2021 2-14
4. De boule moet hol zijn en mag geen materialen bevatten zoals lood, zand, kwik enz. In
algemene zin mogen de boules niet zijn vervalst en geen enkele bewerking of andere
opzettelijke verandering hebben ondergaan na de vervaardiging door een erkende
fabrikant. Het is met name verboden de boules opnieuw te verhitten (na te gloeien)
teneinde de door de fabrikant gegeven hardheid te veranderen.
Artikel 2bis Sancties voor ondeugdelijke boules
Een equipe waarvan een speler schuldig wordt bevonden aan het overtreden van de regels van
punt 4 van het vorige artikel, wordt onmiddellijk van het toernooi uitgesloten.
Als een nietgetrukeerde, maar versleten of ondeugdelijk vervaardigde boule een controle niet
met succes doorstaat of niet voldoet aan de eisen 1, 2 of 3 van het voorgaande artikel, moet
de speler deze vervangen. Hij mag ook de hele set boules vervangen.
Een door spelers ingediend protest met betrekking tot de punten 1, 2 of 3 kan alleen vóór de
partij worden ingediend. De spelers hebben er dus belang bij zich ervan te vergewissen dat
hun boules en die van hun tegenstander aan de gestelde eisen voldoen.
Een protest met betrekking tot punt 4 kan gedurende de gehele partij worden ingediend, maar
alleen tussen twee werpronden in. Als een dergelijk protest echter na de derde werpronde
wordt ingediend en ongegrond blijkt, worden drie punten opgeteld bij de score van de
tegenstander.
De scheidsrechter of de jury mag te allen tijde de boules van een of meer spelers controleren.
Artikel 3 Goedgekeurde buts
Buts zijn van hout of van kunststof. In het laatste geval dragen zij het handelsmerk van de
fabrikant en heeft de FIPJP officieel erkend dat zij aan de vastgestelde specificaties voldoen.
Buts hebben een diameter van 30mm. Een afwijking van ten hoogste + of 1mm is
toegestaan.
Hun gewicht moet ten minste 10 gram zijn en ten hoogste 18 gram.
Geverfde buts zijn toegestaan, maar noch deze, noch houten buts mogen met een magneet
opgetild kunnen worden.
Artikel 4 Licenties
Bij inschrijving moet een speler zijn licentie tonen, of een ander document, volgens de regels
van zijn bond, waaruit zijn identiteit blijkt én het feit dat hij lid is van die bond.
SPEL EN BUT
Artikel 5 Reglementaire terreinen
Petanque kan op iedere ondergrond worden gespeeld. De wedstrijdleiding of de scheidsrechter
kan de equipes banen toewijzen. In dat geval moeten deze banen, voor het landelijke gedeelte
van nationale kampioenschappen en voor internationale toernooien, ten minste 15m lang en
4m breed zijn.
Voor andere toernooien kan de bond afwijkingen van deze minimale afmetingen toestaan, tot
een minimum van 12m bij 3m.
20-01-2021 3-14
Een speelveld omvat een onbepaald aantal banen die zijn afgebakend met touwen waarvan de
dikte niet van invloed mag zijn op het spelverloop. Deze touwen, die de banen afbakenen, zijn
geen verlieslijnen, behalve de lijnen aan de kopse zijden en de lijnen langs de buitenzijde van
de buitenste banen.
Als twee banen in de lengterichting aan elkaar grenzen, geldt de tussenliggende lijn als een
verlieslijn.
Als de banen door een afzetting worden omsloten, moet de afstand tussen deze afzetting en de
buitenlijn van deze banen ten minste 1m bedragen.
Een partij gaat tot en met 13 punten. In voorronden en cadragepartijen kan eventueel worden
gespeeld tot en met 11 punten.
Sommige toernooien worden op tijd gespeeld. Er moet dan altijd op afgebakende banen
worden gespeeld. In dit geval zijn alle lijnen rondom een baan verlieslijnen.
Artikel 6 Begin van het spel; de werpcirkel
De equipes tossen om te beslissen welke equipe de baan kiest, tenzij deze door de
wedstrijdleiding al is toegewezen, en welke equipe het but als eerste uitwerpt.
Als de wedstrijdleiding de equipes een baan heeft toegewezen, moet het but op deze baan
worden uitgeworpen. De equipes mogen niet zonder toestemming van de scheidsrechter
uitwijken naar een andere baan.
Een speler van de equipe die de toss heeft gewonnen, kiest de plaats waar wordt begonnen en
tekent of legt een cirkel op de grond waar de voeten van elke speler geheel in passen. De
diameter van een getekende werpcirkel bedraagt ten minste 35cm en ten hoogste 50cm.
Als gebruik wordt gemaakt van een voorgefabriceerde cirkel moet deze vormvast zijn en een
binnendiameter van 50cm hebben. Een afwijking van ten hoogste + of 2mm is toegestaan.
Opvouwbare werpcirkels zijn toegestaan, mits deze voldoen aan de door de FIPJP gestelde
eisen, met name op het punt van de vormvastheid.
Als de wedstrijdleiding reglementaire voorgefabriceerde werpcirkels ter beschikking stelt zijn
de spelers verplicht die te gebruiken.
Als één van beide equipes een reglementaire voorgefabriceerde werpcirkel ter beschikking stelt
zijn beide equipes verplicht die te gebruiken. Als beide equipes een eigen werpcirkel hebben
meegebracht kiest de equipe die de toss gewonnen heeft.
De werpcirkel moet op ten minste één meter van enig obstakel worden getrokken (of
neergelegd), en op ten minste anderhalve meter van enige andere in gebruik zijnde werpcirkel
of but.
Het binnendeel van de werpcirkel mag geheel geëffend worden gedurende de werpronde, maar
moet aan het eind daarvan in de oorspronkelijke staat worden hersteld.
Tijdens het werpen van boules moeten de voeten van de speler binnen de cirkellijn blijven (zij
mogen deze niet raken); zij mogen de werpcirkel niet verlaten of geheel van de grond komen
vóór de geworpen boule de grond raakt. Geen ander lichaamsdeel mag de grond buiten de
werpcirkel raken. Voor een speler die zich niet aan deze regel houdt gelden de sancties uit
artikel 35.
Bij wijze van uitzondering mogen zij die het gebruik van een been missen met slechts één voet
binnen de werpcirkel plaatsnemen; de andere voet mag echter niet vóór die voet worden
20-01-2021 4-14
geplaatst. Voor spelers in een rolstoel geldt dat ten minste één wiel (aan de zijde van de
werparm) zich binnen de werpcirkel moet bevinden.
Als een speler de werpcirkel opraapt terwijl er nog boules te spelen zijn, moet deze worden
teruggelegd, maar alleen de tegenstanders mogen hun boules nog werpen.
De werpcirkel is geen verboden terrein.
Een werpcirkel moet altijd worden gemarkeerd vóór het but wordt uitgeworpen.
De equipe die het but gaat uitwerpen moet alle werpcirkels in de nabijheid van de te gebruiken
cirkel uitvegen.
De equipe die het recht heeft het but uit te gooien hetzij omdat zij de toss gewonnen heeft,
hetzij omdat zij de voorafgaande werpronde gewonnen heeft krijgt hiervoor slechts één
poging. Bij een niet geslaagde uitworp moet de andere equipe het but op een reglementair
toegestane positie neerleggen. Als het niet op een geldige positie wordt gelegd door de tweede
equipe, gelden voor de speler die het but heeft neergelegd de sancties beschreven in artikel
35. In het geval van een herhaling, wordt een nieuwe sanctie opgelegd aan de hele equipe, in
aanvulling op eventueel eerder opgelegde sancties.
Dat een speler het but uitwerpt betekent niet dat hij ook de eerste boule moet werpen.
De positie van het but moet worden gemarkeerd, zowel na het uitwerpen als elke keer dat het
is verplaatst. Protesten met betrekking tot een niet-gemarkeerd but worden niet in overweging
genomen; de scheidsrechter zal dan uitgaan van de feitelijke ligging van het but.
Artikel 7 Voorgeschreven afstanden bij het uitwerpen van het but
Een but is slechts geldig uitgeworpen als:
1. de afstand van het but tot de binnenrand van de werpcirkel voor junioren en senioren ten
minste 6m en ten hoogste 10m bedraagt; bij wedstrijden die zijn bedoeld voor de nog
jongeren mogen kortere afstanden worden gehanteerd;
2. de afstand van de werpcirkel tot enig obstakel ten minste één meter en tot een andere in
gebruik zijnde werpcirkel of but ten minste anderhalve meter bedraagt;
3. de afstand van het but tot enig obstakel en tot de uitlijn aan de kopse kant ten minste 50
centimeter en de afstand tot een ander in gebruik zijnde cirkel of in gebruik zijnde but ten
minste anderhalve meter bedraagt (let wel: er geldt geen minimale afstand tot de
afbakeningslijnen tussen de banen of de uitlijnen aan de zijkant van de banen);
4. het but zichtbaar is voor een speler die geheel rechtop in de werpcirkel staat, met de
voeten binnen de cirkel zover mogelijk uit elkaar; in geval van twijfel beslist de
scheidsrechter of het but zichtbaar is; tegen zijn beslissing is geen beroep mogelijk.
In de volgende werpronde wordt het but uitgeworpen vanuit een werpcirkel die geplaatst of
getekend wordt rond het punt waar het lag aan het einde van de vorige werpronde, behalve
als:
de werpcirkel zich op een afstand van minder dan één meter van enig obstakel zou
bevinden of minder dan anderhalve meter van een andere in gebruik zijnde cirkel of but; of
het but niet op alle toegestane afstanden zou kunnen worden uitgeworpen.
In het eerste geval trekt de speler de werpcirkel op de kortst mogelijke toegestane afstand van
het obstakel respectievelijk de betreffende cirkel of but.
20-01-2021 5-14
In het tweede geval mag de speler de positie van de werpcirkel achterwaarts verplaatsen in
het verlengde van de lijn tussen de werpcirkel en de positie van het but in de voorgaande
werpronde, maar niet verder dan tot hij het but op de maximaal toegestane werpafstand kan
uitwerpen. Dit mag alleen als het but in geen enkele richting op de maximaal toegestane
werpafstand kan worden uitgeworpen.
Als het but ongeldig is uitgeworpen legt de tegenstander het but op een geldige plaats. Hieraan
voorafgaand mag hij, onder de voorwaarden uit de vorige alinea, de werpcirkel naar achteren
verplaatsen.
In elk geval behoudt de equipe die er niet in was geslaagd het but reglementair uit te werpen
wel het recht op het werpen van de eerste boule.
De equipe die het recht heeft het but uit te werpen krijgt hiervoor ten hoogste één minuut. De
equipe die het recht krijgt om het but te plaatsen na de mislukte poging van de eerste equipe
moet dat onmiddellijk doen.
Artikel 8 Reglementair uitwerpen van het but
Als het but bij het uitwerpen wordt tegengehouden door een scheidsrechter, een tegenstander,
een toeschouwer, een dier of enig bewegend voorwerp, moet het opnieuw worden uitgeworpen
Als het but wordt tegengehouden door een medespeler heeft de tegenstander het recht het
neer te leggen op een geldige plaats.
Na het uitwerpen van het but en het werpen van de eerste boule mag de tegenstander nog
altijd de geldigheid van de ligging van het but betwisten, behalve als deze equipe het but
neergelegd had.
Voor het but aan de tegenstander gegeven wordt om het te neer te leggen moeten beide
equipes het erover eens zijn dat het ongeldig lag, of een scheidsrechter moet dat hebben
beslist.
Heeft ook de tegenstander een boule geworpen, dan wordt het but geacht geldig te liggen en
wordt er geen protest tegen de ligging meer in overweging genomen.
Artikel 9 Ongeldig worden van het but
Het but is ongeldig in de volgende zeven gevallen:
1. als het tijdens een werpronde verplaatst is naar verboden terrein, zelfs als het daarna weer
op toegestaan terrein terugkomt (een but op de uitlijn is geldig; het is pas ongeldig als het
recht van boven bezien de uitlijn geheel is gepasseerd); een plas water waarin het but vrij
drijft is verboden terrein;
2. als het verplaatst is, en vanuit de werpcirkel niet meer zichtbaar is zoals in artikel 7 is
beschreven (als het but achter een boule verscholen is, is het enkel op grond daarvan niet
ongeldig; de scheidsrechter mag een boule tijdelijk wegnemen om na te gaan of het but
zichtbaar is);
3. als het wordt verplaatst naar meer dan 20m van de werpcirkel (voor senioren en junioren),
of naar meer dan 15m (voor jongeren), of naar minder dan 3m;
4. als bij afgebakende terreinen het but een onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft
overschreden of de achterlijn passeert;
5. als het verplaatst en zoek is en niet binnen vijf minuten wordt gevonden;
6. als zich verboden terrein bevindt tussen de werpcirkel en het but; of
20-01-2021 6-14
7. als bij partijen op tijd het but buiten het toegewezen terrein wordt verplaatst.
Artikel 10 Verplaatsing van obstakels
Het is de spelers verboden welk obstakel dan ook, dat zich op het terrein bevindt, te
verwijderen, te verplaatsen, in de grond te drukken of plat te stampen. De speler die het but
gaat uitwerpen, mag niettemin de plek onderzoeken waar hij zijn boule wil laten neerkomen,
door daar ten hoogste drie keer met een van zijn boules op te kloppen. Bovendien mag een
speler van de equipe die aan de beurt is, één inslag van een eerder gespeelde boule
dichtmaken.
Voor spelers die zich niet houden aan deze regels, met name in geval van vegen voor een te
schieten boule, gelden de sancties genoemd in artikel 35.
Artikel 11 Vervanging van but of boule
Het but of een boule mag tijdens een partij slechts in de volgende gevallen worden vervangen:
1. als het but of een boule zoek is en niet binnen vijf minuten wordt gevonden; of
2. als het but of een boule in stukken breekt: in dat geval bepaalt het grootste stuk de
ligging; als er in de werpronde nog boules gespeeld moeten worden, wordt het but of de
boule indien nodig na meting onmiddellijk vervangen door een but of een boule van
(ongeveer) dezelfde diameter; in de volgende werpronde mag de betreffende speler ook de
hele set boules vervangen.
BUT
Artikel 12 Verborgen of verplaatst but
Als het but tijdens een werpronde onverwachts wordt bedekt door een boomblad of een
papiertje, wordt dat verwijderd.
Als een stilliggend but in beweging komt, bijvoorbeeld door de wind of de helling van het
terrein, of per ongeluk door de scheidsrechter, een speler, een toeschouwer, een boule of een
but uit een andere partij, een dier of enig bewegend voorwerp wordt verplaatst, wordt het
teruggelegd op zijn oorspronkelijke plaats, mits deze was gemarkeerd.
Wordt het but verplaatst door een boule uit dezelfde partij, dan blijft het geldig.
Artikel 13 Verplaatsing van het but naar ander spel
Als het but tijdens een werpronde naar een ander terrein wordt verplaatst (al dan niet
afgebakend), blijft het geldig, tenzij artikel 9 van toepassing is.
Als het but terechtkomt op een terrein waar een andere partij gespeeld wordt, wachten de
spelers die met het verplaatste but spelen indien nodig tot de spelers van de andere partij hún
werpronde hebben beëindigd, en maken daarna hun eigen werpronde af.
Alle betrokken spelers dienen geduld en hoffelijkheid te betrachten.
De equipes spelen de volgende werpronde op het aanvankelijk gebruikte terrein en het but
wordt uitgeworpen vanaf het punt vanwaar het verplaatst werd, overeenkomstig de
voorwaarden uit artikel 7.
20-01-2021 7-14
Artikel 14 Ongeldig geworden but
Als het but tijdens een werpronde ongeldig wordt, kunnen zich de volgende drie gevallen
voordoen:
1. beide equipes hebben nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist en het but
wordt opnieuw uitgeworpen door de equipe die in de vorige spelronde scoorde of de equipe
die de toss won;
2. slechts één equipe heeft nog boules te spelen: deze equipe krijgt zoveel punten als zij nog
boules te spelen heeft; en
3. geen van beide equipes heeft nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist en het
but wordt uitgeworpen door de equipe die in de vorige spelronde scoorde of de equipe die
de toss won.
Artikel 15 Tegengehouden but
1. Als het but, na te zijn weggeschoten, door een toeschouwer of de scheidsrechter wordt
tegengehouden of van richting veranderd, blijft het liggen waar het tot stilstand kwam.
2. Als het but, na te zijn weggeschoten, door een speler die zich bevindt op toegestaan terrein
wordt tegengehouden of van richting veranderd, heeft zijn tegenstander de keuze uit:
a. Het but laten liggen op zijn nieuwe plaats;
b. het but terug te leggen op zijn oorspronkelijke plaats; en
c. het but neer te leggen in het verlengde van de lijn van zijn oorspronkelijke naar zijn
nieuwe plaats, op ten hoogste 20m afstand van de cirkel (15m voor jongeren), en zo
dat het zichtbaar is.
Om b. of c. te kunnen kiezen moet de plaats van het but tevoren gemarkeerd zijn geweest.
Als dat niet het geval is, blijft het but liggen op zijn nieuwe plaats.
Als het but wordt weggeschoten, op verboden terrein terechtkomt, en weer op het terrein
terugkomt, wordt het als ongeldig beschouwd en worden de regels van artikel 14 toegepast.
BOULES
Artikel 16 Werpen van boules
De eerste boule van een werpronde wordt geworpen door een speler van de equipe die de toss
heeft gewonnen of als laatste punten heeft behaald. Daarna werpt steeds de equipe die niet op
punt ligt.
Een speler mag van geen enkel voorwerp gebruik maken noch een streep op de grond trekken,
om zijn boule te geleiden of de plaats te markeren waar hij zijn boule wil laten neerkomen. Als
hij zijn laatste boule werpt, mag hij in zijn andere hand geen extra boule houden.
Boules moeten een voor een geworpen worden.
Eenmaal geworpen boules mogen niet opnieuw worden geworpen. Boules moeten echter
opnieuw worden geworpen als zij onderweg van de werpcirkel naar het but zijn tegengehouden
of uit hun koers zijn geraakt door een boule of een but uit een andere partij, door een dier,
door enig bewegend voorwerp, en in het geval genoemd in de tweede alinea van artikel 8.
20-01-2021 8-14
Een speler moet, vóór hij een boule werpt, deze ontdoen van modder en elke andere eraan
klevende substantie. Voor een speler die zich niet aan deze regel houdt, gelden de sancties
genoemd in artikel 35.
Als de eerst geworpen boule op verboden terrein terechtkomt, moet de tegenstander zijn
eerste boule spelen; daarna spelen beiden om de beurt, zolang er geen boule op toegestaan
terrein ligt.
Als er als direct of indirect gevolg van schieten of plaatsen geen enkele boule meer op
toegestaan terrein ligt, gelden de regels van artikel 29.
Artikel 17 Gedrag van spelers en toeschouwers
Gedurende de tijd die een speler reglementair ter beschikking staat om zijn boule te werpen,
moeten de toeschouwers en andere spelers stil zijn.
De tegenstanders mogen niet lopen, gebaren, of iets anders doen dat de speler af zou kunnen
leiden. Alleen zijn medespelers mogen zich tussen de werpcirkel en het but bevinden.
De tegenstanders moeten zich voorbij het but of achter de speler bevinden, in beide gevallen
zijwaarts van de speelrichting, en bovendien op ten minste 2m afstand van but en speler.
Spelers die zich niet houden aan deze regels kunnen worden gediskwalificeerd als zij, na een
officiële waarschuwing van een scheidsrechter, volharden in hun gedrag.
Artikel 18 Werpen van boules; boules die het terrein verlaten
Niemand mag tijdens een partij, als oefening, een boule werpen, ook niet buiten de baan waar
hij speelt. Voor een speler die zich niet aan deze regel houdt, gelden de sancties uit artikel 35.
Boules die tijdens de werpronde het afgebakende terrein verlaten blijven geldig, tenzij
artikel 19 van toepassing is.
Artikel 19 Ongeldig geworden boules
Een boule wordt ongeldig als hij op verboden terrein terechtkomt. Een boule op de uitlijn is
geldig. De boule is pas ongeldig als hij de uitlijn geheel is gepasseerd, dat wil zeggen als hij,
recht van boven bezien, geheel voorbij de uitlijn ligt. Dit geldt evenzo als bij afgebakende
terreinen de boule een onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft overschreden.
Als de boule vervolgens op het terrein terugkomt, hetzij vanwege de helling van het terrein,
hetzij na contact met een bewegend of stilstaand voorwerp, wordt hij meteen uit het spel
genomen, en alles wat hij na het overschrijden van de uitlijn heeft verplaatst wordt
teruggelegd, mits deze objecten gemarkeerd waren.
Een ongeldige boule moet meteen worden opgeraapt en voor de betreffende werpronde uit het
spel worden genomen. Als dat niet gebeurt, wordt hij automatisch geldig als de tegenpartij een
boule gespeeld heeft.
Artikel 20 Tegengehouden boules
Als een geworpen boule wordt tegengehouden of van richting veranderd door een toeschouwer
of door een scheidsrechter, blijft hij liggen op zijn nieuwe plaats.
Als een geworpen boule wordt tegengehouden of onopzettelijk van richting word